opvoeding

 

Bij sommige kinderen blijkt al in de baby- of peutertijd dat ze erg gevoelig zijn of een ontwikkelingsvoorsprong hebben. Ze huilen bijvoorbeeld veel of ze huilen lang en intens om zich te ontladen van een overdaad aan prikkels. Ze willen overdag niet slapen, maar ontdekkend bezig zijn. Ze observeren met wijze ogen. Ze worden onrustig als de huiskamer vol mensen is, of als ze harde geluiden horen.

Maar zo hoeft het niet altijd te zijn. Een kind kan zich evengoed erg druk gedragen en daarmee de ouders bijna tot wanhoop brengen. Hij kan ook juist stil en teruggetrokken zijn, een gemakkelijk kind in de opvoeding. Of het kind ontwikkelt zich aanvankelijk zoals verwacht en pas tijdens de schooltijd blijkt dat hij erg gevoelig en intuïtief is - anders dan de leeftijdsgenootjes.

 

Bevestiging

Hoe moeten we als ouders omgaan met onze hooggevoelige kinderen? Door zoveel mogelijk hun natuurlijke ingevingen en de ervaringen die ze willen opdoen te bevestigen. Hooggevoelige kinderen weten vaak heel goed wat ze willen en welke uitdaging ze nodig hebben om zich te ontplooien. Om de ervaringen van deze kinderen een kans te geven zullen ouders in de meeste gevallen moeten proberen hun eigen verwachtingen en opvattingen opzij te zetten.

Enkele aanwijzingen om je kind te bevestigen:

  • Dwing niet, geef je kind de ruimte en de tijd om zijn eigen weg te volgen.

Hij zal de stappen die hij nodig heeft voor zijn ontwikkeling op zijn eigen moment nemen (dat kan heel vroeg, maar evengoed veel later zijn dan bij andere kinderen). Nieuwe situaties of een nieuwe omgeving benadert hij op zijn eigen wijze, bijvoorbeeld door toe te kijken en waar te nemen (en dat kan gemakkelijk maanden duren).

  • Neem angsten serieus, ook al lijken ze jou nog zo onbeduidend of irreëel.

Laat je kind erover vertellen terwijl jij luistert, praat er samen over of bedenk speelse oplossingen. Lachen, ongeduld, boosheid of voor schut zetten zal het kind al gauw te veel stress geven en tot schaamte leiden of het gevoel afgewezen te worden.

  • Accepteer de innerlijke wijsheid van je kind.

Hij weet zelf wat hij nodig heeft om zijn levenservaringen op te doen. Hij weet ook waar hij niet hoeft te zijn. Ga je bijvoorbeeld toch met je kind naar een spelletjesmiddag waar hij pertinent niet heen wil, dan zal die situatie op wat voor manier dan ook absoluut niet bij hem blijken te passen. “Ik zei het toch?”, laat hij je dan achteraf weten.

  • Vermijd strenge straffen en emotionele uitvallen.

Waar de meeste kinderen gemakkelijk over een gemaakte fout heenstappen kunnen hooggevoelige kinderen hier uit zichzelf erg door van slag raken. Een korte, rustige en duidelijke uitleg is daarom al voldoende om hen te wijzen op ongewenst gedrag. Bovendien komen straf en heftige emoties diep bij deze kinderen binnen, en kunnen leiden tot schuldgevoelens en faalangst.

  • Breng regelmaat aan in dag- en weekindeling.

Regelmaat biedt houvast en leert een kind dat de wereld te vertrouwen is.

  • Geef gerichte opdrachten.

Als je zegt: “Ruim je spullen op”, dan is de kans groot dat je kind tien minuten later nog niets heeft gedaan. Niet omdat hij je autoriteit op de proef wil stellen, maar omdat hij niet in staat is zelf structuur in die opdracht aan te brengen. Zeg liever “Doe jij de potloden in de doos”, en je zult zien dat het opruimen veel beter gaat.

 

Grenzen stellen

Kinderen hebben grenzen nodig om zich te kunnen oriënteren. Hooggevoelige kinderen zijn vaak zo sterk verbonden (één) met de wereld om hen heen dat ze er te veel in dreigen op te gaan. Ze hebben grenzen nodig om houvast te ervaren en een eigen identiteit te ontdekken. Door van een begrijpende maar standvastige volwassene te leren wat aanvaardbaar is kunnen ze gevoel van eigenwaarde ontwikkelen, moed om uitdagingen aan te gaan en vertrouwen krijgen in hun eigen mogelijkheden. Dan leren ze een individu te zijn met eigen behoeften en talenten, te midden van die wereld waarmee ze zich zo verbonden voelen. Hoe kun je hooggevoelige kinderen grenzen stellen zonder hen in emotioneel en zintuiglijk opzicht te overweldigen? Enkele suggesties:

  • Praat rustig en gebruik weinig woorden.

Je kind aankijken en ‘nee’ zeggen zal vaak al voldoende zijn.

  • Let op je woordgebruik.

Kinderen gaan, vooral als ze nog jong zijn, over het algemeen af op de essentie van een zin, die wordt bepaald door het werkwoord of zelfstandig naamwoord. Zet je het woordje ‘niet’ erbij dan blijft die essentie hetzelfde voor je kind, terwijl jij er het tegendeel mee bedoelt. Intuïtieve en hooggevoelige kinderen zijn erg opmerkzaam en gericht op de kern van zaken, dus ook van zinnen. Probeer bij het stellen van grenzen ontkenningen in zinnen te vermijden om de essentie van je boodschap duidelijk weer te geven. Bijvoorbeeld: in plaats van: "Niet aankomen", liever: "Dat moet blijven staan" in plaats van: "Niet op de stoel staan", liever: "Op de stoel gaan zitten"

  • Geef je kind zelf de verantwoordelijkheid om een ongewenste situatie zelf te beëindigen.

Komt je kind bijvoorbeeld aan een kostbaar voorwerp dan zeg je rustig zijn naam om zijn aandacht te trekken. Op het moment dat hij je aankijkt zeg je: “Nee. Dat moet blijven staan”. Vervolgens wacht je af wat je kind doet. Blijft hij het voorwerp aanraken dan herhaal je je woorden. Eventueel benadruk je ze door naar hem toe te gaan, door je knieën te zakken en hem kalm maar vastberaden aan te kijken. Je herhaalt je woorden nog eens en wacht net zo lang tot hij het voorwerp zelf loslaat of met rust laat. Doet hij dat dan beloon je hem met een blij: “Goed zo”.

  • Maak je grenzen zichtbaar en tastbaar.

Blijft je kind doorgaan met ongewenst gedrag zet hem dan bijvoorbeeld even achter een deur of achter een streep. Leg hem daarbij uit dat die deur of die streep de grens voorstelt die jij hem duidelijk wilt maken en dat je hem erachter zet wanneer hij er overheen blijft gaan. Let ook hier op je woordgebruik. Door de inrichting van veel huizen zal een kind dat achter de deur wordt gezet in veel gevallen op de gang terechtkomen. Hoewel ‘op de gang’ ruimtelijk gezien voor jou hetzelfde betekent als ‘achter de deur’, heeft dit laatste wat betreft woordgebruik voor je kind een veel duidelijker boodschap (‘achter de deur’ betekent achter de grens, ‘op de gang’ betekent op…?).

 

Bron: www.lihsk.nl/opvoeding.htm

 

 

Hooggevoeligheid hoeft geen

probleem te zijn,

herkader en het wordt je sterkte.